|
Week 9
Zo. 23 april
Toen we dan eindelijk in Eguzon waren, waar we geld konden pinnen, vielen we letterlijk om van vermoeidheid en honger. Ik had ‘s morgens alleen een pain au chocolat gehad. De camping moest vlakbij zijn, dus ik besloot eerst de tent op te zetten en pas daarna te gaan eten. Het was al laat en in het donker een tent opzetten is ook niet alles. Wij op zoek naar de camping, waren we het dorp alweer uit en was er niets te bekennen. Er stond er nog 1 op mijn kaartje maar die was nog zo ver weg, dat wilde ik niet. Toen puntje bij paaltje kwam, moesten we tóch naar Lac de Chambon, nog eens 4 km. Daar heb ik de tent opgezet en wilde nu echt iets eten, is er niets volgens de langkampeerders uit Orleans. Ik kon bij hun wel wat kopen: een brood, fles water, een appel en een blikje tonijn met bonen. En voor Saar een bakje hondenbrokken. Het smaakte heerlijk.
Ma. 24 april weer vertrokken met een lege maag. We kunnen pas laat weg: lastig zo’n tent laten drogen. Saar is moe. Die was de hele nacht met een vriendje in de weer. Dat is de tweede al. Het moet geen lellebel worden. We willen langs het meer naar Crozant lopen, maar dat lukt niet en na een uur zijn we weer bij de camping. Dan maar de D36d. Net vóór La Feyte begint Saar te piepen en een beetje te hinkepinken. In La Feyte loopt ze echt mank op 3 pootjes en ploft ze neer. Volgens mij is dit het einde voor Saar. Wat moet ik hier beginnen? Ik leg haar kleedje op de grond en ze slaapt. Liften dan maar, maar helaas komt er niemand langs. Om 1 uur komt de bakker langs en koop ik 2 stokbroden want ik rammel en Saar heeft ook nog niets gehad. De bakker had ook nog een paar blikjes fris (uiterste verkoopdatum september 2005). Na dit ontbijt en lunch probeer ik Saar toch weer aan het lopen te krijgen naar een wat drukkere weg. Daar staan we ook weer een paar uur te liften. Maar dan krijgen we ook een lift....geweldig. Eerst gaan we naar Dun-le-Pastel naar een dierenarts. Die dierenarts assistent is zo onaardig en onbeschoft, maar hij rijdt ons (met vrouw en 3 kleine kinderen) toch naar La Souterraine, mijn doel voor vandaag. In de dierenkliniek daar is een Belgische dierenarts die nederlands spreekt en ons uiterst vriendelijk helpt. Het blijkt een gevaarlijke teek te zijn. Het is al een aardige bult. Gelukkig werkt de tekenband, want de teek is verdroogd. Wel moet de bult open om de kop te verwijderen. Ik hoef niets te betalen. Dan op naar de camping. Maar eerst doen we boodschappen, niet een herhaling van gisteren. Op weg naar de camping loopt Saar weer mank en op de rotonde komt ons een Renault Scenic (zo een die wij hebben) tegemoet. Saar rukt zich los en gaat erachter aan. Met veel moeite krijg ik haar weer mee. We liggen nu in het tentje. Het regent en onweert en ik moet vannacht maar eens goed over Saartje nadenken....
25 april. Slecht geslapen. Samen in dat tentje is wel knus, maar lekker slapen is anders. Ook kwam ik er achter dat ik mijn wandelstokken ergens heb laten staan en mijn zonnebril is ook weg. Vandaag voor het eerst geen zin om te gaan: ik ben moe, heb zere voeten, spullen weer kwijt, al met al. Toch maar naar Bénévent-l’Abbaye. Saar loopt soms toch weer mank. Het is maar eventjes, maar ik ben er meteen ondersteboven van. Ik zit in een flinke dip. We zijn heel La Souterraine weer doorgelopen op alle plekken van gisteren, maar geen stokken. Als Saar weer piept, wil ik op de trein naar huis. Desnoods straks met Ton en Inge mee terug, maar dat beest....ik vind het zooo zielig. Ze heeft ook al geen brokken gehad, want die zijn ook op. Tóch was het een mooie wandeling, veel onweersdreiging maar het bleef droog en warm. En nu zit ik in de refuge van Bénévent- l’Abbaye en heb het rijk alleen. Heerlijk. Morgen gaan we naar St-Léonard ik hoop dat Saar het trekt, anders moeten we het laatste stukje maar weer liften.
27 april? St-Léonard. Wat een prachtige refuge. Die van Bénévent is hiermee vergeleken maar een armoedig ding. Als iemand daar een opmerking over maakte in het gastenboek, stond er gelijk een heel epistel onder van de eigenaar. Vandaag 2 fietsers uit Enschede ontmoet, die waren op Goede Vrijdag vertrokken. Op de teller stond 1250 km. Best een aardig stukkie, maar nog niet op de helft. Ik dacht dat ik er allang over heen was...Vandaag ook weer eens warm gegeten, Mijn darmen draaien weer op volle toeren. Marjet, als ik terug ben, ga ik met je mee naar de dokter, want het zit niet chocotof daarbinnen. Ik heb een veulen gezien dat nét geboren was. De placenta lag er nog naast en het was nog helemaal nat. Zomaar onderweg, ergens in een wei. Ik heb ook nog foto’s gemaakt van een beest in een riviertje. Ik wil graag geloven dat het een bever of een otter is. Wie het weet mag het zeggen.
|